De Leviathan versus ons morele kompas

Over Hobbes, Marcus Aurelius en vertrouwen

(Paul de Blot in gesprek met Edgar Karssing)

We kennen nu een zware crisis, die praktisch alle levensgebieden heeft verlamd. Hoe zou jij die crisis duiden?

We zitten midden in een crisistijd, dat is wel duidelijk. Je kunt er vele namen aan geven. Een hypotheekcrisis, waar het ooit allemaal mee begon. Een financiële crisis, een economische crisis, een euro-crisis, een leiderschapscrisis, een politieke crisis, een morele crisis, een ideologische crisis. Het is allemaal waar. Als filosoof en econoom zou ik vooral de nadruk willen leggen op de morele crisis in de economie.

We zien nu dat de bekende slogan Erst kommt das Fressen, dann die Moral niet klopt, we moeten hem omdraaien: zonder moraal geen brood op de plank! Dat maakt deze crisis naast heel vervelend tegelijkertijd ook fascinerend. Natuurlijk werden al veel langer mooie woorden als integriteit en vertrouwen gebruikt, natuurlijk zijn begrippen als ‘de reputatie van de onderneming’ en ‘het belang van de klant’ niet nieuw. Maar de crisis laat zien dat achter deze mooie woorden een belangrijke betekenis schuil gaat die opeens heel tastbaar is geworden. Zonder integriteit, zonder vertrouwen komen markten letterlijk tot stilstand. Je zou dit het gelijk van de filosoof Hobbes kunnen noemen.

Moeder En Baby buitenshuis Natuur

Wat bedoel je daarmee?

In 1651 verscheen Leviathan van Thomas Hobbes (1588-1679). In dit boek beschrijft hij een gedachtenexperiment: hoe ziet een wereld er zonder vertrouwen uit? Hij leefde in de tijd van de godsdienstoorlogen en hij geloofde niet meer in religie als bindende moraal. Wat dan overblijft zijn mensen die elkaar niet meer kunnen vertrouwen. Omdat het zo mooi is om oude filosofen er bij te pakken, wil ik graag drie stukjes voorlezen. Hij begint met een beschrijving van de mens:

‘De natuur heeft alle mensen in gelijke mate met lichamelijke en geestelijke vermogens bedeeld. Soms komt het weliswaar voor dat iemand duidelijk sterker van lichaam of sneller van geest is dan anderen, maar alles bij elkaar genomen is het verschil tussen mensen onderling toch niet zo aanzienlijk, dat iemand op grond daarvan enig voorrecht kan opeisen waarop een ander niet even goed aanspraak kan maken. Want als het om lichaamskracht gaat, is de zwakste nog altijd sterk genoeg om de sterkste te doden, hetzij door heimelijke listen en lagen, hetzij door samen te spannen met anderen die in hetzelfde gevaar verkeren als hij’.

Nadat Hobbes aldus heeft gesteld dat mensen uiteindelijk gelijk zijn aan elkaar, introduceert hij het conflict dat ontstaat door schaarste:

‘Uit het feit dat wij gelijke mogelijkheden hebben, volgt dat wij gelijke hoop kunnen koesteren om onze doeleinden te verwezenlijken. Daarom worden twee mensen elkaars vijanden, als zij dezelfde zaak begeren waarvan zij niet beiden tegelijk kunnen genieten. Om hun doel te bereiken (in de eerste plaats hun lijfsbehoud, maar soms ook alleen hun genoegen) trachten zij elkaar te vernietigen of te onderwerpen. En zolang een agressor niet meer te vrezen heeft dan de macht van één enkel ander mens, kan iemand dan ook verwachten, zodra hij plant, zaait, bouwt of een gunstig gelegen plek in bezit neemt, dat er anderen zullen komen die zich hebben opgemaakt om hem met vereende krachten te verdrijven, en hem niet alleen te beroven van de vruchten van zijn arbeid, maar ook van zijn leven of vrijheid. En voor de agressor dreigt hetzelfde gevaar van nog weer anderen’.

Hij concludeert ten slotte dat we voortdurend een ‘oorlog van allen tegen allen’ zullen hebben indien iedereen maar doet waar hij zin in heeft. De voorbeelden uit een tijd lang voor de industriële revolutie doen wellicht wat archaïsch aan, maar de boodschap staat nog steeds overeind:

‘In deze toestand is er geen plaats voor doelgerichte arbeid, want het is niet zeker dat deze resultaat zal hebben; er is dan ook geen landbouw; geen scheepvaart, en geen gebruik van goederen die over zee kunnen worden aangevoerd; geen architectuur; geen werktuigbouw, om dingen te verplaatsen en te verwijderen die veel kracht vergen; geen kennis van het aardoppervlak; geen tijdrekening; geen beeldende kunst; geen letterkunde; geen maatschappelijk leven; en, wat het ergste is, een voortdurende angst voor en dreiging van een gewelddadige dood; het menselijk bestaan is er eenzaam, armoedig, afstotelijk, beestachtig en kort’.

Vooral de laatste zin spreekt mij al heel lang aan: krachtiger kan ik de prijs van een gebrek aan ethiek en integriteit niet verwoorden. Hobbes laat zo treffend zien dat de twee basisvragen voor iedere groep mensen zijn: hoe kunnen we vreedzaam samenleven en vruchtbaar samenwerken?

Zag Hobbes ook een oplossing voor dit gebrek aan vertrouwen?

Jazeker, hij gebruikte zijn gedachtenexperiment om de noodzaak van een sterke autoriteit te bepleiten, de Leviathan, ‘een sterfelijke God’, aan wie wij onze vrede en veiligheid danken. Want zonder autoriteit kan er geen wet bestaan en zonder wet is alles geoorloofd. De Leviathan is een soort toezichthouder die met strenge regels en dwangmiddelen alle partijen in het gareel houdt. Het grote voordeel hiervan is dat de toezichthouder alle macht heeft en door het opleggen van sancties mensen kan dwingen de regels na te leven. En daarvan plukt iedereen de vruchten, want het maakt vreedzaam samenleven en vruchtbaar samenwerken mogelijk.

En dat spreekt jou aan?

In beperkte mate. Ik vind dat Hobbes de problematiek helder neerzet, maar ik zie drie oplossingsrichtingen voor de geschetste problematiek – hoe kunnen we vreedzaam samenleven en vruchtbaar samenwerken? In de eerste plaats de sterke hand, het recht, de toezichthouder – de Leviathan van Hobbes. Daarnaast de economie, het marktmechanisme, als een effectief coördinatiemechanisme, omdat het als ‘met een onzichtbare hand’ (Adam Smith) het handelen van mensen op elkaar afstemt. Maar dit zal allemaal niet werken indien we de moraal vergeten. We hebben alle drie oplossingsrichtingen tegelijkertijd nodig. Ik snap dat Hobbes in zijn tijd een wat pessimistische inslag had. Hij nam als een van de eerste Westerse filosofen afscheid van het uitgangspunt dat mensen sociale wezens zijn. Daarmee zet je een streep door de moraal – dat wat ons mensen bindt. Een uitgangspunt dat veel economen graag hanteren: in de meeste economische theorieën draait alles om eigenbelang. Een maatschappij is slechts een samenwerking tot wederzijds voordeel. Maar dat is een armoedig mensbeeld. Hobbes zie ik bij voorkeur als een ‘worst case scenario’-denker en die komt logischerwijs met ‘worst-case’-oplossingen.

Download PDF
E-Boek versies van : De Leviathan versus ons morele kompas

Pagina's: 1 2 3

Gerelateerde berichten

We zien graag uw reactie