Microfinanciering in ontwikkelingslanden

Laat mensen bouwen aan hun eigen bestaan

Financial services
Weinig geld kan een belangrijke bijdrage zijnvoor een gezonde financiele infrastructuur

Om de paar decennia waait er een nieuwe wind in ons denken over ontwikkelingswerk. Lange tijd hebben we gepraat in termen van ‘ontwikkelingshulp’. Wij, uit de rijke westerse wereld, wíj zouden ‘De Derde Wereld’ bij de hand moeten nemen en haar met ons geld en onze technische kennis op gang helpen. Later gingen we praten over ‘ontwikkelingssamenwerking’. Een term die de gelijkwaardigheid van donor en ontvanger meer recht moest doen. De nieuwe terminologie liep parallel aan ontwikkelingen in onze eigen westerse cultuur waar de emancipatie van minderheden – naar ras, religie of geslacht – meer aandacht kreeg. Of de goede bedoelingen in de praktijk van alledag minder patriarchaal uitwerkten kunnen we betwijfelen: de termen ‘donor’ en ‘ontvanger’ bleven in elk geval gehandhaafd en ook uit onze eigen westerse ervaring weten we dat je alert moet zijn voor hulpverleners die jou willen emanciperen.

In recente dagen zijn we wederom tot nieuwe wijsheid gekomen. We vinden dat we het nu moeten hebben van het individu dat zelf ondernemend moet zijn in een wereld die vrije markt heet. In dat kader past het enthousiasme voor microfinanciering dat in 2006 met een Nobelprijs voor de Vrede werd gehonoreerd.

Vooraf wil ik opmerken dat de ideologie van ‘democratisering van het ondernemerschap’ ook in onze westerse samenleving van vrij recente datum is. Het is nog maar een eeuw geleden dat ondernemerschap in onze contreien voorbehouden heette aan mannen met sigaren en hoge hoeden. Als gewone burger had je daar geen deel aan. Daar hoorde je niet bij. Later hoorden we weliswaar uit Amerika dat een krantenbezorger miljonair kon worden, maar ik denk dat veruit de meeste Nederlanders ook nu nog altijd goed zenuwachtig worden bij het idee dat ze zelf ‘ondernemend’ zouden moeten zijn om aan een goed inkomen te komen. Een ‘goede baan’ is veel aantrekkelijker.

Vast staat dat je om als individu te kunnen ondernemen er een omgeving nodig is die dat mogelijk maakt. Je hebt een enabling environment nodig. Duurzame economische ontwikkeling op gang brengen vergt aansluiting bij en tegelijkertijd ook verandering ván de bestaande cultuur. Hoe kun je daaraan bijdragen?

Verbindt dat met het instrument microfinanciering en ziedaar de centrale vraag waar wij ons binnen deze leerstoel op richten.

Dat ik (Gert van Dijk, red)  – als landbouweconoom en coöperatie-man – voor deze leerstoel ben aangezocht is waarschijnlijk niet toevallig, want de Noordwest-Europese landbouw kent een aantal buitengewoon succesvolle voorbeelden van (coöperatieve) micro-kredietverlening en -verzekering op coöperatieve grondslag die vervolgens sterk hebben bijgedragen aan een krachtige financiële infrastructuur van zowel agrarische als andere sectoren. De geschiedenis zal leren of ook deze leerstoel past in een mode van westers denken, maar ik hoop bij u aannemelijk te maken dat mijn invalshoek een andere is: Ja, uiteindelijk moet je het hebben van mensen die initiatief nemen, die ondernemen, maar tegelijkertijd zullen die mensen dat alleen kunnen en willen doen als ze zich geschraagd weten door een omgeving die óók wat wil. En dat betekent altijd een doorbraak door bestaande cultuur en bestaande verhoudingen.

Microfinanciering

Armoedefuik

Laten we inzoomen op het fenomeen microfinanciering.

Microkrediet en microverzekering richt zich primair op de armste der armen.

Op de bottom of the piramid, zoals dat inmiddels heet. Met kleine kredieten kun je mensen die niks hebben – en dus ook geen onderpand – helpen om door een dip te komen, zodat ze bijvoorbeeld eten kunnen blijven kopen. Dan hebben we het over een basale vorm van ontwikkelingshulp. Maar we hopen vooral dat deze mensen met die kredieten gaan investeren in hun eigen toekomst. Zo zou het kunnen bijdragen aan een duurzame economische ontwikkeling van de lokale economie.

Ik sluit me graag aan bij de formulering van Banerjee en Duflo als ze stellen dat microkredieten primair bedoeld zijn om mensen te helpen om te ontsnappen uit de zogenaamde armoedefuik. Daarmee bedoelen we een situatie waarin mensen per definitie niet verwachten dat ze er economisch op vooruit zullen gaan. Uitgangspunt van ons economisch denken is dat er licht in de tunnel is: dat wat we vandaag doen een betere uitgangspositie voor morgen oplevert. Als je die illusie niet meer hebt ben je in de armoedefuik beland.

In zijn Wealth of Nations van 1776 geeft Adam Smith al een economische definitie van deze armoedefuik. Voor zowel landen als individuele personen, zo stelt Smith, geldt dat je mogelijkheden bepaald worden door de hoeveelheid geld waarover je beschikt.

 ‘Money makes money. When you have got a little, it is often easy to get more. The great difficulty is to get that little’ (Smith, 1991, p. 83).

Banerjee en Duflo geven aan dat de armoedefuik vaak te wijten is aan specifieke omstandigheden. Vrij vertaald: de ervaren uitzichtloosheid hoeft niet alleen te liggen aan een gebrek aan dat eerste beetje geld.

Mensen kunnen het slachtoffer zijn van omstandigheden die hun macht te boven gaan, zegt Jeffrey Sachs. Denk aan ziekten als malaria. Die houden mensen onproductief en dus arm. Zo’n situatie nodigt uit tot aanbod-ontwikkelingshulp: als donor-organisatie bestrijd je die malaria in de veronderstelling dat dan de rest vanzelf komt. Anderen waarschuwen tegen zo’n aanbod-benadering. Ook zoiets als ziektedruk staat zelden op zich. Het is te simpel om te denken dat je met één bepaalde actie de totale situatie kunt veranderen. Bovendien – en dan stuiten we op een punt dat ook bij microkredieten relevant kan zijn – aanbod van hulp is in principe altijd eindig. Zo beschrijft Dambisa Moyo hoe in het kader van een goedbedoeld project gratis klamboes werden uitgereikt. Toen het project stopte was de lokale producent van klamboes inmiddels failliet en kon niemand nog klamboes leveren. Een casus die in het ontwikkelingswerk helaas zeer vele varianten kent.

Download PDF
E-Boek versies van : Microfinanciering in ontwikkelingslanden

Pagina's: 1 2 3 4 5 6

Gerelateerde berichten

We zien graag uw reactie