Plantaardig – Vegetatieve filosofie

PlantaardigOudemans en Peeters reageren in hun boek op de klassieke filosofie die in de metafysische indeling van de natuur de planten zo laag op de semantische ladder van de natuur plaatsen dat ze zielloos zijn. Planten en bomen kunnen niet bewegen, ze kunnen niet denken, nemen geen beslissingen en werken niet samen zoals hogere organismen dat doen. Daarmee zijn het nauwelijks medeschepselen van de mensen. Dat denken we. Mensen zijn wel enigszins dierlijk maar zeker niet plantaardig. Planten zijn gewoon te stom om te kunnen denken. Deze gedachte was geen resultaat van onderzoek maar van metafysisch denken.

Deze betekeniswereld van Aristoteles is drastisch veranderd door het darwinisme en het neodarwinisme van Richard Dawkins. De ontwikkeling van de plantaardige fotosynthese heeft ook aan deze verandering van inzicht bijgedragen. De evolutietheorie heeft aangetoond dat het dualisme tussen de mens en de natuur niet te handhaven is, maar zonder dit dualisme blijkt vooruitgang niet mogelijk te zijn. Er ontwikkelt zich een plantaardige eenvormigheid van monoculturen als een beweging van zogenaamd natuurbehoud. Deze bescherming van de natuur blijkt vaak een schijnhandeling die de echte uitbuiting van de natuur moet verhullen.
De filosoof Oudejans zet de gangbare betekeniswereld van metafysisch denken aan de hand van recente wetenschappelijke inzichten en eigen waarneming op zijn kop. Planten en bomen blijken wel degelijk intelligent te zijn. Ze manipuleren, bedriegen, belonen en werken samen.

Dit boek geeft geen nieuwe kennis over planten en bomen maar wil er enkel op wijzen dat mensen plantaardiger zijn dan we denken en dat planten menselijker zijn. Planten zijn de voorouders van mensen, maar niet in de rechte lijn. Hun intelligentie is onvergelijkbaar, maar ieder dier en ook iedere mens parasiteert direct of indirect op planten. Ze leven van opgeslagen zonlicht en energie maar dat kunnen ze alleen door op planten te teren. Het is ook duidelijk geworden dat planten en bomen in staat zijn mensen te domesticeren. De landbouwer is evenzeer slaaf van het graan als graan slaaf is van de mens. Daar zijn ecologen en economen zich niet altijd van bewust. Dit tonen de schrijvers aan het illustratieve voorbeeld van David Douglas.

In 1825 kwam de planten en bomenverzamelaar David Douglas aan bij de westkust van Noord-Amerika. Hij ging op zoek naar onbekende bomen die belangrijk kunnen zijn voor de Europese tuincultuur en bosbouw. Van de grootste bomen die hij American Pines noemde verzamelde hij de zaden die hij naar Londen stuurde. Daarmee begonnen deze douglas naaldreuzen een zegetocht in de Europese parken en tuinen. De douglas is momenteel de grootste leverancier van timmerhout in de wereld. Douglas voorzag wel dat deze boom goed timmerhout kon leveren maar niet dat heel Europa overdekt zou raken met hun nakomelingen. Hij besefte ook niet dat hij door deze boom aan de transformatie van een cultuurlandschap had gewerkt waardoor het door hem bewonderde oerwoudlandschap in Amerika verdween, de inheemse bevolking het leven kostte en hun culturen wegvaagde. Het gevolg was een monocultuur van een kosmopolitisch humanisme. Dit voorbeeld toont de diepingrijpende invloed van een boom op het cultuurlandschap van de mens. Mensen blijken geen zelfstandige denkers te zijn maar ze vormen een verwevenheid met de hele geschiedenis van het leven, ook van de planten en bomen.

De schrijvers tonen in het eerste deel de invloed van planten en bomen op het menselijk bestaan en laten zien hoe men ook anders kan denken over planten en bomen. In het tweede deel tonen ze aan dat onze indeling van planten en bomen in soorten en benamingen onvoorspelbaar is. Alles blijft op unieke wijze in ontwikkeling en elke plant vormt een eenmalige geschiedenis. In het derde deel wijzen de schrijvers op de samenhang van planten en bomen met de omgeving. Je kunt een plant of boom niet begrijpen buiten zijn omgeving. De wortels zeggen niets zonder het water en de mineralen en de bladeren zijn zinloos zonder energie van de zon. Planten zijn semantische wezens die direct op signalen van buitenaf reageren en ook signalen uitzenden.

Peeters

In het vierde deel wordt beschreven hoe planten en bomen een eigen taal hebben. Ze kunnen op een eigen manier met andere levende wezens communiceren en met een eigen systeem belonen en straffen. Dat alles in figuratieve zin, Deel vijf gaat over de modificatie van de planten en bomen als cultuurgewassen en kunstuitingen. Planten worden aantrekkelijk als ze gezien worden als levende wezens. Hun schoonheid overstijgt ons verstandelijk inzicht en kan ons dieper in ons hart raken. Wel kan er iets verloren gaan van het natuurlijke als het verlaagd wordt tot iets kunstmatigs, Deel zes gaat in op de natuur als een spel. Als mensen, planten en bomen in een onbeheersbare situatie verkeren is het beter te spreken van een spel, een speling van de natuur als een spel zonder doelen. Dat zijn tuinen, waarin de natuur zichzelf in haar schoonheid laat zien dat zij een spel is, zonder doel, zonder scheidsrechter en zonder aanvoerder. Dat is nog beter dan in de kunst.

De schrijvers zijn erin geslaagd in begrijpelijke taal de waarde van planten en bomen in ons leven wetenschappelijk te beschrijven aan de hand van korte verhalen en sprekende illustraties.

Oudemans, TH.C.W. [in samenwerking met N.G.J.Peeters]
Plantaardig
Vegetatieve filosofie
Uitg. KNNV (Zeist), 2015 
2e druk, ISBN 9789050115261

Bekijk op Bol.Com

Download PDF
E-Boek versies van : Plantaardig - Vegetatieve filosofie

Gerelateerde berichten

We zien graag uw reactie